
Daar is het dan: het langverwachte conceptrapport van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over de markt voor medische zorg voor huisdieren. Een rapport waar binnen de veterinaire sector al langere tijd over werd gesproken. De ACM kijkt kritisch naar prijsontwikkeling, ketenvorming en keuzevrijheid voor huisdiereigenaren. Maar wie verder leest, ziet ook ruimte voor nuance.
De kern van het rapport
De ACM heeft de huisdierenzorg onderzocht vanuit haar rol als toezichthouder op goed werkende markten. De centrale zorg: huisdiereigenaren lopen volgens de ACM een toenemend risico op hogere prijzen en behandelingen die verder gaan dan passend bij dier en eigenaar. Die risico’s zouden worden versterkt door commercialisering, ketenvorming en regionale concentratie van praktijken, met name in de spoedzorg.
Tegelijkertijd erkent de ACM dat dierenartsen met toewijding werken, het belang van dier en eigenaar vooropstellen en hun vak uitoefenen onder steeds grotere druk. Het rapport richt zich dan ook niet op de individuele dierenarts, maar op de werking van de markt als geheel.
Aanbevelingen van de ACM
In het conceptrapport ordent de ACM haar aanbevelingen rond vier thema’s. Deze thema’s moeten gezamenlijk bijdragen aan betere bescherming van huisdiereigenaren en een goed functionerende markt.
De vier centrale thema’s zijn:
- Beperk ongewenste commerciële prikkels
De ACM maakt zich zorgen over omzet- en winstgerelateerde prikkels en het mogelijke effect daarvan op behandelkeuzes. - Versterk professionele kaders
Het ontwikkelen van uniforme professionele behandelstandaarden moet dierenartsen ondersteunen in hun afwegingen en huisdiereigenaren meer duidelijkheid geven. - Verbeter de organisatie van spoedzorg
De beschikbaarheid en informatievoorziening rondom spoedzorg buiten reguliere openingstijden vraagt volgens de ACM extra aandacht, omdat huisdiereigenaren daar het meest kwetsbaar zijn. - Houd toezicht op verdere consolidatie en overnames
De ACM waarschuwt voor verdere regionale concentratie van praktijken en pleit voor scherpere controle op overnames in gebieden waar de keuze al beperkt is.
Naast deze thema’s noemt de ACM een aantal ondersteunende aandachtspunten. Zo pleit zij voor meer transparantie over tarieven en behandelopties, duidelijkheid over doorverwijzingen binnen ketens, het instellen van een laagdrempelige geschillencommissie voor kleinere klachten en het heroverwegen van regels rondom het voorschrijven en verkopen van diergeneesmiddelen.
Waar het schuurt in de praktijk
Wat het rapport soms impliceert, is het beeld dat dierenartsen onvoldoende tegenwicht zouden bieden aan commerciële prikkels. Dat schuurt voor veel collega’s.
In de praktijk worden behandelkeuzes zelden lichtvaardig gemaakt. Ze komen tot stand in gesprekken met eigenaren die vaak emotioneel betrokken zijn, soms onder tijdsdruk, en altijd met een afweging tussen wat medisch mogelijk is, wat wenselijk is voor het dier en wat haalbaar is voor de eigenaar. Juist in die context proberen dierenartsen hun professionele autonomie vorm te geven; niet vanuit commerciële overwegingen, maar vanuit hun vak en verantwoordelijkheid.
De diergeneeskunde is bovendien inhoudelijk sterk ontwikkeld, met steeds meer diagnostische en therapeutische mogelijkheden. Huisdiereigenaren zien hun dier steeds vaker als gezinslid en willen, begrijpelijk, verder gaan in behandeling dan vroeger. Die ontwikkeling is mede mogelijk gemaakt door investeringen en schaalvergroting, maar brengt ook hogere kosten met zich mee. Dat spanningsveld herkennen veel dierenartsen direct uit hun dagelijkse praktijk.
En nu?
Het conceptrapport ligt nu ter consultatie. De ACM nodigt dierenartsen, huisdiereigenaren en andere betrokkenen, zoals bedrijven en organisaties, uit om te reageren op de onderzoeksbevindingen en aanbevelingen. Reageren kan tot eind januari 2026, waarna in maart het definitieve rapport volgt.
En misschien is dit juist het moment om als sector zelf de regie te pakken. Niet door meteen in de verdediging te schieten, maar door constructief mee te denken. Over wat werkt in de praktijk, waar het schuurt en hoe we samen verdere professionalisering vorm kunnen geven. Over hoe we de belangrijkste aanbevelingen op een manier kunnen implementeren die recht doet aan dier, eigenaar én de mensen die dagelijks in de spreekkamer staan.
Want laten we eerlijk zijn, de aanbevelingen op zich zijn niet eens zo gek. Ze raken aan thema’s waar we binnen de veterinaire sector al langer over praten. Dit rapport biedt wat ons betreft vooral een aanleiding om dat gesprek nu samen, open en met vertrouwen te voeren.


