
Als betrokken veterinaire professional (als ik mezelf zo mag noemen) las ik het Uitgebreid verslag VOICE kickoff. Daar kwam ik in hoofdstuk 7 bij de mogelijke risico’s tegen “Weerstand tegen verandering”. En in het slotwoord las ik “De uitkomsten van dit verslag tonen een sector die klaar is voor verandering.” Of te wel, er wordt voor weerstand gevreesd én tegelijkertijd zijn we er klaar voor.
Verandering. We zeggen dat we er niet van houden, dat we ervaren dat wijzelf of anderen weerstand tegen verandering hebben. Maar ondertussen verhuizen we, wisselen van baan, krijgen kinderen, starten een praktijk, of besluiten ermee te stoppen. Stuk voor stuk ingrijpende veranderingen, waar we – in de meeste gevallen – vrijwillig en met de beste intenties zelf voor kiezen. Dus kunnen we het wél: veranderen. En blijkbaar willen we het ook, zo valt in het slotwoord te lezen.
Hoe bestaat het dan, dat er bij elke verandering aarzeling lijkt te zijn? Of zelfs verzet?
Dat… is volkomen menselijk. Wij mensen zijn gewoontedieren. En we hebben iets wat ‘verliesaversie’ heet. Een psychologisch fenomeen waarbij het verlies van iets zwaarder weegt dan de winst die mogelijk tegenover dat verlies staat. We willen niet(s) verliezen. Dat maakt veranderen (soms) zwaar. Niet omdat we geen toekomst zien, maar omdat we het oude (hoe gebrekkig het ook klinkt) niet zomaar durven loslaten of bang zijn dat te verliezen.
Dus, wanneer we écht willen veranderen, moeten we ons bewust zijn van deze verliesaversie en de anderen goed en gedegen meenemen in het proces. Succesvol veranderen vereist een helder beeld van:
- Noodzaak – urgentie: Waarom moeten we dit veranderen? Is dat voor iedereen duidelijk? Het belang van de verandering moet voelbaar zijn, zowel rationeel als emotioneel.
- Motivatie en drijfveren – willen: Zonder de wil, gebeurt er niets. Ik vraag in coaching daarom altijd: “Wil je dit echt? Wil je hier echt nu mee aan de slag?”
- Obstakels wegnemen, ingeval het antwoord is “Ja, maar…”: Identificeer en verwijder belemmeringen die de voortgang van de verandering tegenhouden. Stel de vraag: “Waar ben je bang voor?”
- Capaciteit, mogelijkheden en vaardigheden – kunnen: Het is cruciaal dat de kennis, vaardigheden en middelen er zijn om de verandering door te voeren. Het is belangrijk om te kijken of de benodigde tools en ondersteuning beschikbaar zijn.
- Concrete acties – doen: De stap om daadwerkelijk in actie te komen, écht te gaan bewegen. Dingen anders te doen. Stap voor stap te bouwen aan het nieuwe normaal.
In het proces is dat dus iedereen meekrijgen, de tijd nemen om de angsten te overwinnen, bepalen wat er gewonnen kan worden. En niet morgen de eerste acties gelijk willen zetten. Nee, voorbereiding is iedereen meenemen, zonder verrassingen. Een datum in de toekomst wordt het startmoment, zodat mensen kunnen wennen aan het idee. En het plan ook nog bijgeschaafd kan worden. Mogelijk hebben we nog niet aan alles gedacht.
Na het startmoment en de eerste beweging is het tijd voor reflectie. Wat gaat er goed, wat kan er (nog) beter? Mogelijkheid bieden tot bijsturing. De uiteindelijke uitkomst van de verandering is niet in beton gegoten. We kunnen nog alle kanten op. Zie het als een spel.
Verandering betekent niet automatisch verbetering, maar stilstand garandeert zeker géén vooruitgang. De wereld draait door. De veterinaire praktijk verandert hoe dan ook. We zijn al veranderd.
De enige constante is verandering. De vraag is dus niet óf we willen, kunnen of houden van veranderen, maar hoe we dat op een manier doen die werkt voor onszelf, voor het team en voor de toekomst. De tijd van “Zo doen we het altijd hier…” is voorbij.


